Jullie Joden denken dat je alles kunt kopen.
Scene 39


Om te ontkomen aan deportatie wil Kaat met haar zus en ouders onderduiken in het huis van haar beste vriendin. Maar door de angst voor repressailles is medemenselijkheid allang niet meer vanzelfsprekend.

DRAMA: HUIS GERDA — WOONKAMER

De twaalfjarige scholiere GERDA staat met een bleek gezicht naast haar vader ARNOLD VELDMAN die resoluut zijn hoofd schudt:

ARNOLD

NEE! NEE! NEE! Ik zet mijn gezin niet op het spel!

Aan de andere kant van de kamer staat een bedeesde KAAT.

KAAT

Maar we weten niemand anders en ik dacht... Gerda....

Ze kijkt vragend naar GERDA, maar die staart naar de grond.

ARNOLD (TEGEN KAAT)

Hoe DURF je hier te komen?! Je brengt ons allemaal in gevaar!

KAAT

Al is het maar voor een weekje, alstublieft! We zullen heel stil zijn.

ARNOLD beëindigt het gesprek en draait zich af.

ARNOLD

Gerda, laat jij Kaat even uit?

Rood van schaamte en zonder oogcontact loopt GERDA naar KAAT en leidt haar richting gang.

GERDA(onhandig)

Hier, wat snoepjes voor onderweg...

KAAT

In godsnaam! Je mag mijn cello hebben, als we maar mogen blijven.

ARNOLD

Ha! Jullie denken echt dat je alles kunt kopen.

KAAT

Jullie Joden?

ARNOLD kijkt haar vragend aan.

KAAT

'Jullie Joden denken dat je alles kunt kopen', dat bedoelt u toch?

Drukkende stilte. Dan doet KAAT met trotse blik haar jas aan met de Jodenster en loopt naar de deur. Opeens:

GERDA

Tuurlijk mogen jullie blijven.

Ze werpt een snelle blik naar haar vader die beschaamd naar de grond staart. En dan weer naar KAAT.

GERDA

Een week. En dan zien we wel verder.


Meer teksten

Lange dagreis naar de nacht

Maarten hit the bull's eye with Long Day's Journey Into Night

P. Ptasjkin

Andere teksten

© Maarten van der Duin | wildwords, 2011-2021