Zal mijn geest rust vinden?
Genade


Een jonge priester verschijnt aan het sterfbed van Dirc van Bakeness om hem de laatste sacramenten toe te dienen.

Genade

‘Waar is pastoor Roelofs?’ Geschrokken staart Katrijn naar de jongeling op de stoep die buiten adem zijn voorhoofd afveegt en zijn witkanten priesterkleed fatsoeneert. ‘Een hoogmis. Hij moest...’ De dienstmaagd heeft zich al omgedraaid. ‘O, lieve God!’ Met twee, drie treden vliegt ze de natuurstenen hoofdtrap op. En Thomas achter haar aan. Langs eikenhouten ornamenten en wandtapijten uit Vlaanderen, onder het glas-in-loodraam met drie Andreaskruizen. ‘Is hij... Is hij al...’ Met éen hand klemt de pas gewijde priester een riemtas tegen zich aan en probeert de meid bij te houden. Een nauwe gang door, norse portretten voorbij en dan een donkere kamer binnen. ‘Hij is toch niet…’ Thomas valt plotseling stil. Gedaanten in het schemer kijken om. De bejaarde Lijsbeth Florisdochter leunt zwaar op haar oudste zoon: ‘Waar is vader Roelofs?’ Katrijn schudt haar hoofd en de jeugdige priester schuifelt naar voren. Nerveus pulkend aan zijn zwarte stola. Naar het hemelbed overdekt met wollen lakens. En daartussen… een uitgeteerd lichaam, melkwit en zo broos, bijna doorzichtig. ‘Is hij…’ Zonder te antwoorden stapt de jongste zoon opzij en Thomas knielt neer. ‘Gloria Patri et Filio et Spiritui Sancto.’ Koortsig speurt hij naar enig levensteken, terwijl hij vier paar ogen voelt branden. ‘Moet u niet… – Ja, ja, natuurlijk.’ Met trillende vingers haalt Thomas een koperen vaatje tevoorschijn. ‘Per istam sanctam unctionem…’ Hij zalft de samengevouwen handen met Heilige Olie. ‘Indulgeat tibi Dominus…’ Eenzelfde kruisje op het omzwachtelde voorhoofd. ‘Vader, wordt mijn ziel gered?’ Thomas deinst achteruit en een doffe blik volgt hem. ‘Zal mijn geest rust vinden?’ Stilte. Buiten komt een melaatse met zijn ratel voorbij. ‘Absoluut, Dirck!’ Gloedvol buigt Lijsbeth zich naar haar man: ‘Jij hebt jouw talenten verzilverd in dit leven. Hoelang was jij geen deken van het Kerstmisgilde? En oudste schepen? Niemand heeft meer bereikt in Haarlem dan jij.’ Ze legt haar hand tegen zijn wang. ‘Maar de eersten zullen de laatsten zijn, niet priester?’ Met onrustige ogen zoekt de grijsaard steun bij Thomas en die stamelt: ‘Oprecht berouw verschoont iedere zonde. – Mijn vader heeft nooit iets misdaan!’ De jongste zoon is opgesprongen. ‘Jan, alsjeblieft! – Tegen niemand! Behalve misschien die bastaard van Oosterwijck. Maar die vroeg erom, toch?!’ Zijn broer grijpt de knokige hand die in het laken klauwt: ‘Papa, toon berouw in Godsnaam en vraag vergiffenis!’ De oude Dirck hapt piepend naar lucht. ‘Woorden… woorden…’ Zijn zoon drukt een onstuimige kus op beide polsen. ‘Zo wordt u verlost van alle schulden. – Die heeft hij niet!’ Machteloos slaat Jan tegen een bedstijl. ‘Doen… Ik moet iets…’ Het bevende lijf tracht zich op te richten. ‘Dirck, nee!’ Verschrikt schiet Lijsbeth toe. ‘Anders neemt hij me mee… - Wie, papa, wie?’ Met opengesperde mond kijkt Dirck de duistere ruimte rond. ‘Voel je die kilte niet…’ Iedereen luistert. Onbewust tast Thomas naar zijn bidsnoer. ‘Hoor ‘m sluipen… – Heilige Maagd Maria,’ huivert Katrijn. ‘Daar komt hij weer… loeren… en plukken…’ In doodsangst omklemt Dirck zijn oudste kind. ‘Libera nos, Domine, ab omnibus malis! – Troost hem dan,’ smeekt Lijsbeth in tranen. ‘Beloof dat hij behouden blijft.’ Thomas slaat een kruis: ‘Alles ligt in Gods Hand.’ Een kaars flakkert. Uitgeput zakt Dirck weer terug. ‘We zullen bidden voor uw zielerust, papa. En de paupers van Haarlem ook. Toch, priester?’ Thomas aarzelt. ‘Of zijn die hun aalmoezen alweer vergeten? – Ze krijgen onderdak.’ De jongeman kijkt verwonderd opzij. ‘Een gebouw aan de Krocht en de Albstraat… Coen Cuser van Oosterwijck heeft het geschonken.’ Een moment van ontzetting. ‘Die smeerlap!’ Jan trilt van woede. ‘En een stuk pachtgrond onder Houtrijck om het te bekostigen. – Die schoft!’ Buiten zichzelf beent de jongste zoon door het vertrek. ‘In ruil moeten de bewoners bidden voor hun weldoeners tijdens hun dagelijkse mis.’ Lijsbeth kijkt hem aan: ‘Vader Roelofs?’ Thomas knikt. ‘Zelfs nu wil die ploert van Oosterwijck nog de beste zijn.’ Verslagen zinkt Jan neer. ‘Dat armenkoor zal ons gebed overstemmen,’ stamelt zijn broer. ‘Zo vindt papa nooit genade.’ In stilte verzamelt Katrijn de vuile zwachtels: ‘Ik moet… de keuken.’ Ze laat het gezin roerloos achter rond het bed. Buiten kleppert weer een ratel. Thomas aarzelt: ‘Misschien… er is een manier…’ Hij geeft Lijsbeth een document uit zijn tas: ‘Kijkt u zelf maar…’ Als hij is vertrokken, komt Jan overeind: ‘Wat staat er?’ Zijn moeder laat het papier zakken en kijkt hem bedachtzaam aan: ‘Een schets… acht en tweemaal zes… de Dirck van Bakenesse Cameren.’


Meer teksten

The Servant Wife

Wicked, great, funny, very enjoyable

Jill & Mike

Andere teksten

© Maarten van der Duin | wildwords, 2011-2021