Wat een bofkont ben ik toch.
Puur natuur


Als een jongeman te werk wordt gesteld bij de plantsoendienst gaat er een wereld voor hem open.

EXT. PARK

Een oudere GEMEENTEWERKER loopt kwiek door een drassig herfstlandschap en een JONGELING sjokt lusteloos achter hem aan.

GEMEENTEWERKER

Wees blij dat je naar de plantsoenendienst moest...

JONGELING(bromt)

Het was dit of de bejaardenzorg.

GEMEENTEWERKER

... want dan mag je de komende zes maanden in de buitenlucht werken!

JONGELING

Wat een bofkont ben ik toch.

De gemeentewerker blijft staan bij een ladder tegen een kale eik.

GEMEENTEWERKER

En weet je waarmee?

JONGELING

Een grasmaaier? Een tuinslang? Een hark?

GEMEENTEWERKER

Ach, welnee! Met dit!

Stralend houdt hij een tube lijm omhoog.

JONGELING

Lijm?!

GEMEENTEWERKER

Jazeker. Kijk, ik doe het even voor.

Zorgvuldig kiest hij een paar bladeren uit een korf, klimt een paar treden de ladder op en doet wat lijm op de steeltjes.

GEMEENTEWERKER (CONT.)

Nou heel voorzichtig en… hopla!

Hij plakt een geel blaadje op een kale boomtak.

GEMEENTEWERKER (CONT.)

De volgende ietsje verder.

JONGELING(onthutst)

U... hangt... alle blaadjes... terug aan de boom?!

GEMEENTEWERKER

Ik niet, jij!

Hij daalt de ladder weer af.

GEMEENTEWERKER (CONT.)

En het liefst niet helemaal geel. Maar af en toe een verrassing ertussen. Zoals... een rood blaadje. Ik noem maar iets geks. Dat maakt het wat speelser, zie je.

De jongeling staart verbijsterd omhoog naar de reusachtige eik.

JONGELING(stottert)

Ik moet deze hele boom volhangen?!

GEMEENTEWERKER

En daarna die en die. Totdat het hele park is gerepareerd, want de houtlijm van vorig jaar laat overal los.

JONGELING

OMDAT HET HERFST IS! DAT HOORT ZO!

GEMEENTEWERKER

Dacht ik het niet: bang om te werken. Nou begrijp ik waarom ze jou een taakstraf hebben gegeven.

JONGELING

Maar... maar... dit duurt eeuwen!

GEMEENTEWERKER

En je hebt maar vier maanden, want daarna moet alles groen geverfd. Paar appeltjes erin.

JONGELING

DAN IS HET LENTE! DAT GAAT VANZELF!

GEMEENTEWERKER

Typisch de jeugd. Denken dat alles vanzelf gaat. Dat de zon vanzelf opkomt, de bloemetjes vanzelf gaan bloeien…

JONGELING

DAT DOEN ZE OOK! DAT DOEN ZE OOK!

GEMEENTEWERKER

Luister! Ik werk m’n hele leven al bij de plantsoenendienst en m’n hele leven hang ik al blaadjes aan de bomen, dus ga mij nou niet vertellen hoe het moet! Of vind jij kale takken soms mooi?!

JONGELLING

Nee, maar...

GEMEENTEWERKER

Nou dan. Hier.

Hij duwt de korf met bladeren in de handen van de jongeling.

GEMEENTEWERKER (CONT.)

Geen kastanjes, alleen eikenbladeren. En eikels.

Hij loopt weg en de jongeling kijkt recht in de camera.

JONGELING

Ja, die heb ik al gevonden. Een hele grote.


Meer teksten

Lange dagreis naar de nacht

The play is directed perfectly

Anna Kondrasjova

(Recensent)

Andere teksten

© Maarten van der Duin | wildwords, 2011-2021