Op de drempel

Een bibliothecaris uit Hoofddorp heeft zich zojuist voorgesteld aan het publiek.

Bibliothecaris

Dit is mijn stempel. Jazeker, die heb ik mooi meegenomen. Hij is prachtig – Hij bevat iedere datum die er ooit is geweest. U gelooft me niet? (Sluit zijn ogen en morrelt aan de draaischijven van de stempel) “27 augustus 1883”… ziet u wel, op die datum ontplofte de Perboewaten-vulkaan op Krakatoa, zesendertig duizend mensen werden bedolven onder de as. Het zit hier allemaal in! Alle beproevingen en successen van de geschiedenis. (Sluit zijn ogen, morrelt aan de draaischijven) “25 januari 1971”… O, 25 januari 1971… Helen… Shattock laat haar hond uit in Dayton als een bevroren blok urine uit het toilet van een Pan Am vliegtuig, valt, en haar hoofd raakt, op slag dood. Let op, (morrelt aan de stempel) zelfde dag, “1836”, Cetewayo, de koning der Zoeloes, wordt geboren! Jazeker, deze stempel bevat iedere geboorte in deze zaal, niet alleen die van Cetewayo. En dood. Ja, onze dood zit hier ook… ergens… Mijn dood zit hierin… ergens… Ik weet alleen niet… waar… Maar toch. Je krijgt er wel respect voor, hè. Die stempel.

Moeders & Dochters | Scène 16 en 17

Voor het eerst stelt Julia haar vriend Maarten aan haar moeder voor, die uitgebreid heeft gekookt om indruk op hem te maken.

INT. HUIS BEATRIJS / WOONKAMER

Beatrijs heeft de schaal op tafel gezet en overhandigt een grote vork en mes aan Maarten.

BEATRIJS

De man mag het vlees snijden.
Ze kijkt vertederd toe hoe Maarten begint te snijden. Als hij haar bord wil pakken:

MAARTEN

Het eerste stuk is voor-

BEATRIJS (ONDERBREEKT)

Ik hoef niet, hoor! Het is allemaal voor jullie!
Met ingehouden irritatie kijkt Julia naar het onderonsje. Maarten legt een stuk fazant op haar bord.

BEATRIJS (CONT)

Vertel eens over jezelf, Maarten. Wat doe je voor werk?

MAARTEN

Nou, ik ben eigenlijk ehh-

JULIA (ONDERBREEKT)

Hij werkt voor een krant. Het Parool.
In verwarring kijkt Maarten haar aan.

BEATRIJS

(goedkeurend) Zo! Toe maar.

JULIA

Ja. Hij heeft een eigen column.
Maarten kijkt verbijsterd opzij.

BEATRIJS (TEGEN MAARTEN)

(geïnteresseerd) Waarover schrijf je precies?

MAARTEN

(opgelaten) Nou ik ehh.. Ditjes en datjes-

JULIA

De architectuur in Zuid, de biologische klok van trekvogels en ook een heel goed stuk over creatief boekhouden.

BEATRIJS

(bewonderend) Goh! Van alle markten thuis dus!
Gegeneerd neemt Maarten de complimenten in ontvangst. Er wordt zwijgend verder gegeten.

BEATRIJS (CONT)

Maar was dat niet geschreven door Kees Tamboer?

JULIA

(beaamt) Hm-hm. Dat is z’n pseudoniem.
Weer een stilte. Maarten krijgt geen hap meer door z’n keel.Dan opeens:

MAARTEN (TEGEN BEATRIJS)

Ik schrijf weleens een verslagje voor Grasduinen.
Met een nors gezicht over haar bord gebogen eet Julia verder. Een lange, pijnlijke stilte.

COMMENTATOR (VO)

Natuurlijk, het kan ook goed uitpakken, de introductie van een nieuwe vriend. Maar hier dus niet. De messen worden geslepen, de hakken staan in het zand, de strijd kan beginnen…
Plotseling legt Julia haar bestek neer. En terwijl ze haar mond met een servetje schoonveegt.

JULIA

Lekker, hoor. Alleen…

BEATRIJS

(liefjes) Alleen wat?

JULIA

(laconiek) Iets teveel uien.

MAARTEN

Nou, ik vind het anders-

JULIA (DOORBREEKT)

Teveel uien en het borststuk was nog niet helemaal gaar.

BEATRIJS

(ijzingwekkend) Is dat zo, liefje?

JULIA

Ja. Het had vijf minuutjes langer in de oven gemogen.

BEATRIJS (TEGEN MAARTEN)

Och, het is zo’n keukenprinses, die dochter van mij. Spinazie-taart, asperge-pudding, ze draait haar hand er niet voor om.
Julia negeert deze woorden van Beatrijs en probeert met haar pink iets tussen haar tanden uit te pulken.

JULIA

En voortaan eerst het touwtje er vanaf halen.

BEATRIJS

(verontwaardigd) Er zat geen touwtje om!

JULIA

Jawel, het zit nu tussen m’n tanden.A

BEATRIJS

(woest) Er zit geen touwtje om een fazant!

JULIA

Om deze wel.

BEATRIJS

ONZIN!
In de stilte die valt:

MAARTEN

Goh, wat staan uw planten er mooi bij.
Verward kijken Julia en Beatrijs om zich heen: in de hele kamer is geen plant te bekennen. Julia houdt zich vanaf dat moment volkomen afzijdig, terwijl Beatrijs voor het eerst Maarten eens goed opneemt.

MAARTEN (CONT)

(stamelt) Planten houden van mensen. Bloemen.
Weer kijkt Beatrijs uitgebreid om zich heen, maar in de hele kamer staat geen plant. Het gesprek loopt helemaal dood.

MAARTEN (CONT)

U heeft vast erg groene vingers.
Onbewust kijkt Beatrijs naar haar vingers. Op dat moment klinkt er van boven een bonk. Iedereen kijkt omhoog. Terwijl Beatrijs de tafel begint af te ruimen:

BEATRIJS

Da’s m’n strijkplank. Die valt steeds om.
Ze tilt de schaal met fazantresten van de tafel.

INT. INTERVIEW JULIA & BEATRIJS


Schuldbewust houdt Beatrijs zich afzijdig, terwijl Julia verontwaardigd in de camera praat:

JULIA

Ze had hem op zolder gestopt! M’n vader. Op zolder!
Ze werpt een beschuldigende blik opzij naar Beatrijs, maar die doet alsof ze er niet is.

JULIA (CONT)

Daar moest hij op z’n sokken rondlopen, totdat Maarten weg was. Geen geluidje mocht hij maken…

BEATRIJS

(voor zichzelf) En hij laat weer z’n schroevendoos vallen.
En nou komt de clou:

JULIA

‘Om mijn vriend niet af te schrikken’! Haa!
Direct tegen Beatrijs:

JULIA (CONT)

JIJ had op die zolder moeten zitten!

Het klokhuis | Waterlanders

Een nieuw stuk Nederland wordt aangelegd door zand van de zeebodem op te zuigen… en niet alleen maar zand.

INT. MAASVLAKTE – BOUWKEET


In een bouwkeet zit een WETHOUDER over een plattegrond gebogen, terwijl een AANNEMER naast hem verschillende locaties aanwijst.

AANNEMER

Voor de kust wordt het zand opgezogen door onze sleephopper-zuiger. Daarna wordt het door een enorme buis geperst en hier achter ons neergegooid. Een nieuw stukje Nederland!
Hij knikt richting deur waarachter een enorm gebrom klinkt.

WETHOUDER

En dat loopt allemaal goed?

AANNEMER

Reken maar! Ha-ha-ha, wat kan er nou verkeerd gaan?
Tok-tok-tok! Beiden draaien zich om. In de deuropening staat een uitgeputte DUIKER met snorkel en zwemvliezen bedekt met zand.

DUIKER

Is dat apparaat van jullie?
Het tweetal kijkt met open mond naar de duiker die trilt van woede.

DUIKER (CONT.)

Zwem ik nietsvermoedend in de Noordzee word ik opgezogen! En hier uitgespuugd! Niet normaal gewoon! Duikfles weg, fototoestel weg, dat gaat jullie geld kosten!
Het tweetal staat hem nog steeds roerloos aan te staren.

DUIKER (CONT.)

En die… die… stofzuiger moet stoppen! Levensgevaarlijk! Anders staat het morgen in de krant! Dus kies maar!
De wethouder kijkt peinzend voor zich uit. Stilte.

WETHOUDER

Dan kies ik toch voor de krant. Tsja, zo’n historisch moment, dat moet iedereen weten.

DUIKER

Uhh… hoezo historisch?

AANNEMER

(plechtig) Want dan heeft Nederland voor het eerst de strijd tegen het water verloren.

WETHOUDER

Eeuwenlang hebben kerels zoals hij (Naar aannemer) hun leven gewaagd om dit kikkerland te beschermen.

AANNEMER

En dat blijkt dus allemaal voor niets… omdat u zich laat opzuigen!

WETHOUDER

Ja, schaamt u zich niet om dit hele project zo in gevaar te brengen?

AANNEMER

Wat als u klem was komen te zitten in de buis, hè? Wat dan?!

WETHOUDER

Dan was dit hele stuk Nederland weer in de golven verdwenen.

AANNEMER

Onverantwoord gewoon.

WETHOUDER

Dus een excuus lijkt me wel op zijn plaats.
Afwachtend kijken beiden de duiker aan.

DUIKER

(bedremmeld) Het spijt me dat ik me heb laten opzuigen.

WETHOUDER

Hm, ’t is al goed.
De aannemer duwt de plattegrond in de handen van de duiker.

AANNEMER

Hier. Gewoon het lijntje volgen, dan bent u zo weer terug in zee.
Als een geslagen hond druipt de duiker met de plattegrond af. Als de deur is dichtgevallen, lachen beide achterblijvers opgelucht.

WETHOUDER

Fioew! Komen wij even goed weg!

AANNEMER

Zeker weten, ha-ha! Had nog best lastig kunnen worden.

JOCHIE (O.S.)

Ik wil naar mammie!
In de deuropening verschijnt een KIND in zwembroek overdekt met zand.

MEISJE

Ik ook!
Een MEISJE in zwemkleding onder het zand verschijnt achter hem.

BADGASTEN (O.S.)

WIJ WILLEN ALLEMAAL TERUG!
De wethouder en de aannemer kijken elkaar sprakeloos aan.

BADGASTEN (O.S., CONT.)

ZET DAT DING UIT!

Het klokhuis | Voordeurbel

In deze winkel wordt het kopen van een voordeurbel een hele belevenis.

INT. WINKEL – INGANG & BALIE


Een KLANT komt een winkel met voordeurbellen binnen: HIEEHIEHIE! Paardengehinnik. Verbaasd opent hij de deur nog een keer: HIEHIEHIE!

VERKOPER

Ons laatste model! Succes verzekerd!

KLANT

Heel… apart. Mijn voordeurbel is kapot en…

VERKOPER

Dan bent u hier aan het juiste adres, meneer. De grootste voordeurbellenspeciaalzaak van West-Europa!
Hij gebaart naar een enorme wand vol voordeurbellen.

KLANT

Sjonge…

VERKOPER

Wij hebben ALLES! Een voordeurbel is namelijk een persoonlijk statement. Het vertelt precies wie u bent: koel afstandelijk, zwoel gepassioneerd, zeg het maar.

KLANT

Ik ehh… Wat is de goedkoopste?
Met gesloten ogen richt de verkoper zijn vingers naar de klant.

VERKOPER

Ik zie het al. Meneer is een romanticus! Een gevoelsmens! Dan heb ik hier precies wat u zoekt.
Hij laat zijn hand boven een knop zweven.

VERKOPER (CONT.)

Stelt u zich eens voor: zaterdagochtend, u leest de krant, kopje koffie erbij en dan…
Aaaaaaaaaa! Hij heeft op de knop gedrukt en een ijzingwekkend gekrijs gaat door merg en been.

VERKOPER (CONT.)

Hoort u die volle klank? Die pure emotie?
Lijkbleek verschijnt het gezicht van de klant weer boven de balie.

KLANT

Mijn God… Alsof er iemand van een berg viel.

VERKOPER

(trots) De Matterhorn om precies te zijn. Ik wist wel dat u het zou waarderen. Zo wordt ieder bezoek een belbelevenis.

KLANT

Spaar me, zeg! Ik zoek iets normaals.

VERKOPER

Natuurlijk, ik snap het! Meneer wil opgaan in zijn omgeving. Back to basic, zogezegd.
De klant krimpt ineen als de verkoper weer op een knop drukt. Stilte.

VERKOPER (CONT.)

(plechtig) Wat vindt u ervan? Eerlijk zeggen.

KLANT

Maar… ik hoor niets…

VERKOPER

Subtiel, hè? Echt voor fijnproevers.

KLANT

Wat heb je nou aan een bel die je niet hoort?!

VERKOPER

Het is eventjes wennen.

KLANT

Nee, ik wil een gewone bel! Tring-tring, zoiets.

VERKOPER

Tring-tring… Weet u het zeker?

KLANT

Absoluut!

VERKOPER

Maar past deze niet beter bij u?
Hij drukt op een knopje: BOOOOOOOOOOOONK (oceaanstomer)!

KLANT

Alstublieft, zeg!

VERKOPER

Of anders deze…
HOEOEOEOEOEOEOEOE (luchtalarm)! Boven het geluid uit:

VERKOPER (CONT.)

ZO WEET DE HELE BUURT DAT U BEZOEK HEEFT!

KLANT

EEN BEL WIL IK: RING-RING!

VERKOPER

EN MET DEZE MAAKT U ECHT DE BLITS!
Boven het luchtalarm uit klinkt: OELE-OELE-OELE (aanval van zoeloes)! De klant drukt beide handen op zijn oren.

KLANT

NEE, RING-RING!

VERKOPER

DIT IS MIJN FAVORIET!
Boven het luchtalarm en de zoeloes uit: DAKADOEFFFF (treinongeluk)!

KLANT

AFSCHUWELIJK!
Hij trekt de winkeldeur open en stormt met bedekte oren naar buiten. Terwijl het geluid van de bellen wegebt, roept de verkoper hem na:

VERKOPER

Graag of niet, hoor!
Hij smijt de winkeldeur dicht: RINKELDEKINKEL! Buiten beeld is het glas van de deur op de stoep terechtgekomen. Stilte. Dan kijkt het hoofd van de klant door de raamloze deur naar binnen.

KLANT

Dat laatste geluid kwam wel in de buurt. Doet u die maar.
Verbijsterd kijkt de verkoper in de camera.

Het klokhuis | Vier sterren

Wanneer een klant pindakaas bestelt, doet de ober van een duur restaurant alles om die niet te hoeven brengen.

INT. RESTAURANT LES QUATRE ETOILES


Een GAST aan een tafeltje in een uiterst chique restaurant bestudeert de menukaart. Op de achtergrond klinkt zacht een piano en beschaafd geroezemoes.

KELNER (O.S.)

En? Heeft u al een keuze kunnen maken?
Naast het tafeltje verschijnt een deftige KELNER in zwart rokkostuum en witte strik. In zijn hand een blocnote.

GAST

(zonder op te kijken) Hm. Lastig.

KELNER

Mag ik u dan de Milanese kalfsoester aanbevelen? Op een bed van Cantharellen.

GAST

Heb ik vorige week al gehad.

KELNER

Of een Boeuf Bourguignon? Tongstrelend!

GAST

Nee, ik weet het al!
De KELNER houdt een potlood klaar boven de blocnote.

GAST (CONT.)

Een boterham met pindakaas!

KELNER

Pardon?

GAST

Pindakaas. Op een bruine boterham.
Stilte. De KELNER schrijft niets op, maar buigt zich behulpzaam naar de menukaart toe.

KELNER

Kijk, we hebben ook Confit de Canard.

GAST (ONDERBREEKT)

Nee, ik wil pindakaas!

KELNER

(toonloos) Pindakaas. Juist ja. Zal ik die caramelliseren of een beetje cognac erdoorheen? ‘Pindakaas flambé’, zogezegd.

GAST

Nee! Gewoon pindakaas op een boterham. Niets meer en niets minder.

KELNER

(ijzig) Tuurlijk, meneer, wat u wilt.
Hij vertrekt en tevreden vouwt de GAST de menukaart dicht.

GAST

(voor zichzelf) Een smeuïge, goudbruine laag met krokante stukjes noot, heerlijk!
Vrijwel onmiddelijk verschijnt de KELNER weer met een serveertrolley. Met geroutineerde bewegingen legt hij nieuw bestek voor de GAST neer.

KELNER

U heeft geluk, meneer. De chefkok heeft er zin in vandaag. Kijk eens: voor u.
Een gebraden fazant met twee brandende sterretjes erin gestoken, wordt voor de GAST op tafel gezet.

GAST

Wat is dit?!

KELNER

Faisan a la crème! Specialiteit van het huis.

GAST

Dat hoef ik helemaal niet!

KELNER

(geschokt) U wilt geen Faisan a la crème?!

GAST

Nee, haal het weg!

KELNER

Maar het is verrukkelijk!

GAST

Dan eet u het zelf maar op. Pindakaas heb ik besteld!
Zonder verder iets te zeggen plaatst de KELNER met nijdige bewegingen de fazant weer op de trolley. Voor hij vertrekt, draait hij zich toch nog even om… met een dampend gebakje in z’n handen.

KELNER

En een truffelpasteitje?

GAST

PINDAKAAS! MOET IK HET VOOR U OPSCHRIJVEN?
Beledigd rijdt de KELNER weg met de trolley.

GAST (CONT.)

(voor zichzelf) De volgende keer neem ik m’n eigen eten mee.
Meteen staat de KELNER weer naast hem en gooit met nauwelijks verholen dedain een mandje met brood en een zilveren schaaltje met deksel op tafel.

KELNER

Eén broodje pindakaas voor ‘meneer’.

GAST

(overdreven) Ik dank u vriendelijk.
Hij pakt zijn mes en tilt het dekseltje op: pinda’s.

GAST (CONT.)

U heeft gewoon geen pindakaas, hè?

KELNER

Wel.

GAST

Alleen een paar armetierige pinda’s.

KELNER

Da’s hetzelfde.

GAST

DAT IS NIET HETZELFDE!
Hij pakt het schaaltje en kiepert de pinda’s op tafel.

GAST (CONT.)

Hoe kan ik dit ooit op een broodje smeren?
Spottend kijkt hij naar de roodaangelopen KELNER.

GAST (CONT.)

Deze tent wordt volkomen overschat! Vier sterren maar geen pindakaas. Ha! Zelfs een frietkraam heeft meer keus dan hier!
Hij gooit zijn servet van zich af en wil opstaan, maar de KELNER ontploft en trekt het hoofd van de GAST aan diens haar naar achteren.

KELNER

U HOEFT ZE ALLEEN MAAR TE PRAKKEN! KIJK ZO!
Met brute kracht begint hij met het hoofd van de GAST op de tafel te bonken om de pinda’s te prakken.

KELNER (CONT.)

ZIET U WEL, HET WORDT AL SMEUÏG!

Het klokhuis | Torero

Tot groot onbegrip van directeur en publiek krijgt een stierenvechter medelijden met zijn tegenstander.

INT. ARENA – DIRECTIEKAMER


Onder een striemend fluitconcert haast een TORERO in Spaans stierenvechterskostuum en met een kort zwaardje zich de directiekamer binnen.

TORERO


(Verbijsterd) Wat is dat voor stier?!

DIRECTEUR


Jaaa, wat een monster, hè! Wat een beul!
Achter een bureau grijnst een zwaarlijvige DIRECTEUR.

TORERO


Zoiets heb ik nog nooit gezien.

DIRECTEUR


Twee keer zo zwaar als normaal en die horens! Een maatje te groot voor jou zeker?

TORERO


Dat valt wel mee.

DIRECTEUR


(Verwonderd) Heb je ‘m al verslagen?

TORERO


Ehh… nee. Ik vond het zielig.
De DIRECTEUR kijkt hem ongelovig aan. In de stilte horen we de menigte scanderen: LAFAARD! LAFAARD! LAFAARD!

DIRECTEUR


Zielig?

TORERO


Ja, hij lijkt wel verlegen. Staat daar maar om zich heen te kijken naar het publiek.

DIRECTEUR


Hij moet naar JOU kijken! Je moet ‘m uitdagen! Kijk zo! Olé! Olé!
Hij heeft een A4-tje van zijn bureau gegrist en wappert die als een rode lap in de lucht.

TORERO


Dat heb ik ook gedaan! Ik stond minutenlang te zwaaien en toen ie eindelijk kwam, gaf t’ie me een lik.

DIRECTEUR


Een lik?

TORERO


Ja, hij vindt me lief.
Woest graait de DIRECTEUR een vulpen van zijn bureau.

DIRECTEUR


Dan moet je ‘m boos maken! Prikken! Heb je ‘m geprikt?!

TORERO


Tuurlijk heb ik ‘m geprikt. De picadores op hun paarden hebben ‘m geprikt, de banderilleros met hun speren, IEDEREEN heeft ‘m geprikt.

DIRECTEUR


En werd hij woedend?!

TORERO


Nee, hij vindt ons allemaal lief.
Onthutst ploft de DIRECTEUR achter zijn bureau neer en begint driftig door een ordnermap te bladeren.

TORERO (CONT.)


En ondertussen staan we volslagen voor schut. Moet je dat publiek horen.
In de verte scandeert het publiek: GELD TERUG! GELD TERUG!

DIRECTEUR


Ik snap er niets van. Een Afrikaanse buffel van twee meter hoog. Oersterk. Kijk.
Hij draait de ordnermap naar de TORERO toe.

TORERO


Ja, ik zie het. Eén meter breed, melkproductie… Hè?!
De DIRECTEUR trekt de map weer naar zich toe.

DIRECTEUR


Melkproductie… negen liter per dag.
Verbijsterd laat de TORERO zich in een stoel zakken.

TORERO


Het is een koe!
Het gejoel van het publiek is oorverdovend: LOSERS! LOSERS!

TORERO (CONT.)


Er staat een koe in de ring!

DIRECTEUR


Ja… Ja… En we kunnen niet meer terug. Nou moet hij eraan ook.
De TORERO kijkt hem ongelovig aan.

TORERO


Nee-ee! Ik ga niet vechten met een koe! Ik heb ook m’n trots.

DIRECTEUR


Er zit niets anders op. Het publiek wil bloed zien. Dus doe het snel.

TORERO


Maar het is zo’n lief ding. Ze huppelt als een jong hondje achter me aan.

DIRECTEUR


Meteen de genadeslag: tsjakka!

TORERO


Ik kan het niet!
Driftig graait de DIRECTEUR het zwaardje uit zijn handen.

DIRECTEUR


Dan doe ik het wel!

TORERO


Nee! Nee! Misschien heeft ze wel kalfjes!
Maar de DIRECTEUR heeft het kantoor al verlaten. Moedeloos trekt de TORERO de zwarte steek van zijn hoofd en draait de ordnermap weer naar zich toe.

TORERO (RICHTING MAP, CONT.)


Vergeef ons, lieve koe.
In de verte barst opeens een donderend boegeroep los en in de openstaande deur verschijnt een aangeslagen DIRECTEUR.

DIRECTEUR


(Zwakjes) Ik kan het ook niet.

TORERO


Die ogen, hè.

DIRECTEUR


Ja, die droevige runderogen.

Het klokhuis | Super Simon

De weergaloze Super Simon wil een nieuw wereld record vestigen, maar dat blijkt nog best lastig.

INT. KANTOOR

Een suffig kantoor. Op een bureau staat een bordje: ‘aanmelden nieuwe wereldrecords’ en daarachter zit ambtenaar J.P. STOKMAN. Een spannend batman-deuntje klinkt en SUPER SIMON springt naar binnen: in glitterkostuum met cape.

SIMON

EN HIER BEN IK DAN! De fantastische, de geniale, de mega-super-grandioze… SIMON L. ROZEWATER!
Een stormachtig applaus. J.P. Stokman kijkt bevreemd om zich heen.

SIMON (CONT.)

Dankuwel! Dankuwel! Mag ik uw aandacht voor iets levensgevaarlijks, iets ongelofelijks… een nieuw wereldrecord!

J.P. STOKMAN

(stoïcijns) Niks met kakkerlakken, hoop ik. En ook geen dwergwerpen, want de vorige moeten we nog terugvinden.

SIMON

O nee hoor, veel beter…
Hij draait zich om: op zijn rug blijkt een kolossale vuurpijl te zitten.

SIMON (CONT.)

De enige echte Levende Raket!
Simon zwaait het dubbele raam open en wuift naar beneden.

MENIGTE (OFFSCREEN)

Super Simon! Super Simon!

SIMON

Dit is nog nooit vertoond!
Simon steekt met een aansteker de lange lont aan en gaat met éen opgetrokken knie en omhooggestoken armen in lanceerhouding staan.

J.P. STOKMAN

Toch wel hoor.
Hij bladert in een boek met wereldrecords.

J.P. STOKMAN

Vier jaar geleden in China. Toen vloog Long Sji-hai zeven meter de lucht in. Ongelukje met vuurwerk.

SIMON

Dus ik ben niet de eerste?
Hij komt naar het boek toe en J.P. Stockman deinst achteruit.

J.P. STOKMAN

Uhm… uw lontje brandt nog.

SIMON

Maar m’n hele familie staat beneden. De regionale televisie. Die verwachten allemaal een nieuw record! Wat moet ik doen?!

MENIGTE (OFFSCREEN)

Vliegen! Vliegen!

J.P. STOKMAN

Kunt u dat lontje misschien…

SIMON

Ik weet het al! Super Simon, de Verst Vliegende Vuurbal! Komt dat zien! Komt dat zien!
Hij gaat weer in zijn lanceerhouding richting open raam staan.

J.P. STOKMAN

Hoever denkt u daarmee te komen?

SIMON

Ik mik op de Grote Markt en anders het Weteringplantsoen.

J.P. STOKMAN

Jammer.
Verbouwereerd kijkt simon opzij naar J.P Stokman met zijn boek.

SIMON

Ook geen wereldrecord?

J.P. STOKMAN

Vorig jaar vloog de levende kanonskogel van circus Boltini over het hele IJsselmeer.
Simon ijsbeert door de kamer met de brandende lont achter zich aan.

SIMON

Dat haal ik nooit!

J.P. STOKMAN

Uw lontje is nu wel erg kort.

SIMON

Er moet toch IETS zijn waarin ik de beste ben?!

MENIGTE (OFFSCREEN)

Simon! Simon! Simon!

J.P. STOKMAN

Als u vierentachtig potloden in uw mond steekt, heeft u een record. Dat is nog nooit iemand gelukt.

SIMON

Potloden?! Potloden?! Het volk daar beneden wil iets spectaculairs zien, iets verbijsterends en u komt aan met potloden?!

J.P. STOKMAN

Die kunnen best scherp zijn, hoor.

SIMON

Wacht ‘ns even… Als ik m’n mond nou eens volprop met potloden EN ik vlieg met deze raket door de lucht, heb ik dan een wereldrecord?

J.P. STOKMAN

Ja, dan bent u inderdaad de eerste.

SIMON

O, dankuwel! U heeft me gered!

J.P. STOKMAN

Het lontje! Het lontje!
Simon grist alle potloden van het bureau, steekt ze in zijn mond en gaat snel in zijn lanceerhouding staan. Het gesis bereikt de pijl. Stilte.

J.P. STOKMAN

Misschien een rare vraag, maar hoe gaat u straks landen?

SIMON

Huh?!
Boemmm! Simon verdwijnt uit beeld. Stilte. J.P. Stokman komt overeind.

J.P. STOKMAN

Meneer Rozewater?
Met gestrekte armen is Simon tegen de muur naast het raam aangeplakt. Zijn rug is zwart geblakerd en er kringelt rook omhoog.

J.P. STOKMAN (CONT.)

Eén meter zestig. Hm. Dat kan ik helaas niet goedkeuren.

Het klokhuis | Stroomstoot

Voorafgaande aan de executie neemt een bewaker afscheid van zijn gevangene.

INT. GEVANGENIS – EXECUTIEKAMER

Een VEROORDEELDE nestelt zich in een electrische stoel.

BEWAKER

Hoe was je afscheidsmaal?
Een BEWAKER in uniform trekt de metalen deur achter zich dicht.

VEROORDEELDE

Cordon Blue met jus. Voortreffelijk!

BEWAKER

Ach, we doen ons best. Goed zo?
Hij heeft een arm van de veroordeelde tegen de leuning vastgegespt.

VEROORDEELDE

Ietsje strakker als het kan.

BEWAKER

Tuurlijk! Ik hoop dat je het een beetje naar je zin hebt gehad hier. Geen klachten over je cel of het recreatieprogramma?

VEROORDEELDE

Ik heb genoten!
De bewaker heeft de veroordeelde helemaal vastgegespt in de stoel.

BEWAKER

Dan heb ik hier nog iets voor je.
Hij plaatst een doos met dvd’s op de schoot van de veroordeelde.

BEWAKER (CONT.)

De eerste twee seizoenen van Prisonbreak. Aardigheidje van de jongens van Blok D.

VEROORDEELDE

Ooo, dat hadden jullie niet hoeven doen!

BEWAKER

Zie het als aandenken. Van professionals onder elkaar.

VEROORDEELDE

Hartverwarmend! Nou ja, zullen we dan maar?

BEWAKER

Met alle plezier!
De veroordeelde gaat er goed voor zitten. De bewaker duwt de schakelaar van een muurkastje omlaag… Er gebeurt niets. Verbazing.

VEROORDEELDE

Het zal wel aan mij liggen, hoor, maar…

BEWAKER

Hè?! Hij doet het anders altijd.

VEROORDEELDE

Probeer het dan nog een keer.
Weer haalt de bewaker de schakelaar over en kijkt naar de stoel.

BEWAKER

Doet ie het nu?

VEROORDEELDE

… uhm, nee. Het spijt me.

BEWAKER

Heb ik weer! Hoe kan dat nou?!
Als een bezetene klikt de bewaker de schakelaar op en neer.

VEROORDEELDE

Misschien is er een stop doorgeslagen?
Snel trekt de bewaker het deurtje van het electrische kastje open.

BEWAKER

Sorry hoor, voor het ongemak.

VEROORDEELDE

Geeft niets. Gewoon rustig blijven en alle stoppen controleren.
Opgelaten woelt de bewaker door een kluwen met draden en stoppen.

BEWAKER

Ja hallo, ik ben bewaker, geen electricien. Kijk jij even?!

VEROORDEELDE

Nee zeg, dan moet ik weer helemaal los!

BEWAKER

Ik help je wel.
Hij maakt de veroordeelde los en beiden staan voor de stoppenkast.

VEROORDEELDE

Hm, als ik deze nou vervang…
Hij vervangt een stop en trekt de schakelaar omlaag. Beiden kijken naar de stoel. Stilte. De bewaker grijpt beide stoelleuningen.

BEWAKER

Nog niks hoor.
Peinzend kijkt de veroordeelde weer naar de stoppenkast.

BEWAKER (CONT.)

Ik denk dat we iets anders moeten verzinnen. Ophangen bijvoorbeeld of vergif, lijkt je dat niets?

VEROORDEELDE

Hm, misschien deze aardlekschakelaar?
Hij duwt de aardlekschakelaar omhoog: meteen klinkt er gezoem.

VEROORDEELDE (CONT.)

HIJ DOET HET! HIJ DOET HET!
Triomfantelijk draait hij zich om naar de electrische stoel, waar de bewaker onder stroom staat.

VEROORDEELDE (CONT.)

Nee, hè...
De veroordeelde schakelt de stroom uit en de bewaker zakt ineen. Stilte.

VEROORDEELDE (CONT.)

Weer iemand vermoord…

Het klokhuis | Puur natuur

Als een jongeman te werk wordt gesteld bij de plantsoendienst gaat er een wereld voor hem open.

EXT. PARK


Een oudere GEMEENTEWERKER loopt kwiek door een drassig herfstlandschap en een JONGELING sjokt lusteloos achter hem aan.

GEMEENTEWERKER

Wees blij dat je naar de plantsoenendienst moest…

JONGELING

(bromt) Het was dit of de bejaardenzorg.

GEMEENTEWERKER

… want dan mag je de komende zes maanden in de buitenlucht werken!

JONGELING

Wat een bofkont ben ik toch.
De gemeentewerker blijft staan bij een ladder tegen een kale eik.

GEMEENTEWERKER

En weet je waarmee?

JONGELING

Een grasmaaier? Een tuinslang? Een hark?

GEMEENTEWERKER

Ach, welnee! Met dit!
Stralend houdt hij een tube lijm omhoog.

JONGELING

Lijm?!

GEMEENTEWERKER

Jazeker. Kijk, ik doe het even voor.
Zorgvuldig kiest hij een paar bladeren uit een korf, klimt een paar treden de ladder op en doet wat lijm op de steeltjes.

GEMEENTEWERKER (CONT.)

Nou heel voorzichtig en… hopla!
Hij plakt een geel blaadje op een kale boomtak.

GEMEENTEWERKER (CONT.)

De volgende ietsje verder.

JONGELING

(onthutst) U… hangt… alle blaadjes… terug aan de boom?!

GEMEENTEWERKER

Ik niet, jij!
Hij daalt de ladder weer af.

GEMEENTEWERKER (CONT.)

En het liefst niet helemaal geel. Maar af en toe een verrassing ertussen. Zoals… een rood blaadje. Ik noem maar iets geks. Dat maakt het wat speelser, zie je.
De jongeling staart verbijsterd omhoog naar de reusachtige eik.

JONGELING

(stottert) Ik moet deze hele boom volhangen?!

GEMEENTEWERKER

En daarna die en die. Totdat het hele park is gerepareerd, want de houtlijm van vorig jaar laat overal los.

JONGELING

OMDAT HET HERFST IS! DAT HOORT ZO!

GEMEENTEWERKER

Dacht ik het niet: bang om te werken. Nou begrijp ik waarom ze jou een taakstraf hebben gegeven.

JONGELING

Maar… maar… dit duurt eeuwen!

GEMEENTEWERKER

En je hebt maar vier maanden, want daarna moet alles groen geverfd. Paar appeltjes erin.

JONGELING

DAN IS HET LENTE! DAT GAAT VANZELF!

GEMEENTEWERKER

Typisch de jeugd. Denken dat alles vanzelf gaat. Dat de zon vanzelf opkomt, de bloemetjes vanzelf gaan bloeien…

JONGELING

DAT DOEN ZE OOK! DAT DOEN ZE OOK!

GEMEENTEWERKER

Luister! Ik werk m’n hele leven al bij de plantsoenendienst en m’n hele leven hang ik al blaadjes aan de bomen, dus ga mij nou niet vertellen hoe het moet! Of vind jij kale takken soms mooi?!

JONGELLING

Nee, maar…

GEMEENTEWERKER

Nou dan. Hier.
Hij duwt de korf met bladeren in de handen van de jongeling.

GEMEENTEWERKER (CONT.)

Geen kastanjes, alleen eikenbladeren. En eikels.
Hij loopt weg en de jongeling kijkt recht in de camera.

JONGELING

Ja, die heb ik al gevonden. Een hele grote.

Het klokhuis | Peanuts

In deze tijd van crisis proberen vader en moeder hun gezin op economische wijze te runnen, maar dat heeft onverwachte consequenties.

INT. BOERDERIJ / KEUKEN


Een zuurpruim van een MOEDER zit kaarsrecht aan het hoofd van een tafel, waarop een boerenontbijt is uitgestald. VADER zit tegenover haar. Gestommel.

ZOON (O.S.)

Ha-ha, ik ben toch eerder!
Met een noodgang vliegt een 14-jarige ZOON naar zijn stoel tussen VADER en MOEDER in. Hun 15-jarige DOCHTER gaat naast hem zitten.

ZOON (TEGEN VADER, CONT.)

Mag ik een ei?
De VADER pakt een pasgekookt ei van een schaaltje.

MOEDER

Dat is dan negentig eurocent.
De VADER schrijft het bedrag zorgvuldig in een kasboek. Verbaasd kijkt de ZOON naar zijn MOEDER.

VADER

Tja, het zijn barre tijden en we moeten allemaal ons steentje bijdragen.
KRMPFFF! De DOCHTER gniffelt, terwijl ze pindakaas op haar boterham smeert.

MOEDER (CONT.)

En voor jou is het éen euro tien.

DOCHTER

Eén euro tien voor wat pindakaas?!

VADER

Dan moet je maar wat dunner smeren.
Terwijl de ZOON zijn glas inschenkt, houdt zijn MOEDER het melkpeil scherp in de gaten.

MOEDER

Twintig cent… veertig… zestig…

DOCHTER (VERVOLGT)

Voor een euro koop je een hele pot!

VADER

Ja, maar dan moet je wel eerst naar de winkel fietsen en weer helemaal terug. Dat kost ook geld.
Met de kaasschaaf snijdt de ZOON ondertussen kaas voor zijn boterham. De MOEDER telt iedere plak:

MOEDER

Vijf-en-zeventig cent… éen euro vijftig… twee euro vijf-en-twintig.
De VADER schrijft verwoed mee in het kasboek.

VADER (TEGEN ZOON)

Dat was je zakgeld voor deze maand.
De DOCHTER grist het laatste ei van het schaaltje.

MOEDER (TEGEN DOCHTER)

(snel) Eén euro twintig.

DOCHTER

Wat?! Daarnet was het nog negentig cent!

MOEDER

Ja, schaarste, hè. Dan stijgt de prijs.

ZOON

Eén euro vijftig als ik dat ei mag!

DOCHTER

Nee, ik had ‘m eerder.

VADER

Maar hij biedt meer, dus sorry.
Hij wil het ei aan zijn ZOON geven.

DOCHTER

Eén euro zeventig!

ZOON

Twee euro!

DOCHTER

Vijf euro!

ZOON

Twintig!

DOCHTER

Dit is belachelijk.

ZOON

Geef hier dat ei.
VADER heeft driftig meegeschreven in het kasboek.

VADER

Alleen als je een krantenwijk neemt. Anders kun je het nooit betalen.

ZOON

Ehh… Is mijn skateboard ook goed?

DOCHTER

Ik hoef NIETS meer!

MOEDER

Mooi, dan kun je me helpen met afruimen.
Maar de DOCHTER blijft bewegingloos zitten.

DOCHTER

Voor hoeveel?
Verbluft kijkt de MOEDER naar haar DOCHTER.

MOEDER

Lieverd, ik kan niet alles alleen. De was moet nog worden opgehangen, de kamer gestofzuigd.

DOCHTER

Voor twintig euro was ik af.
De MOEDER hapt naar adem van verontwaardiging.

MOEDER (TEGEN ZOON)

Marco, help jij me dan?!
Meewarig schudt de ZOON zijn hoofd:

ZOON

Oei-oei-oei, mijn uurtarief ligt héel hoog!
Vragend kijkt de MOEDER naar VADER die zijn kasboek bestudeert.

VADER

Met dit ontbijt hebben we dertig euro zeventig verdiend.

ZOON

Daar doe ik het voor!
En tevreden begint hij de ontbijttafel af te ruimen. VADER en MOEDER kijken onthutst toe.