Hier kunnen we de andere bewoonsters niet aan blootstellen.
Waan


De oude Petronella Piek klaagt bij het regentencollege dat voortdurend haar spullen worden gestolen.

Waan

In het hofje werd gestolen bij het leven. Niets kon meer buiten blijven staan en zelfs binnen waren je spullen niet veilig. Tenminste, dat beweerde Petronella Piek. In drie weken tijd was de hoogbejaarde vissersweduwe een zak met rogge kwijtgeraakt, twee beddenlakens en een zilveren lepeltje. ‘En daar was ik zo aan gehecht!’ Het arme mens zat met trillende handen voor een viertal regenten met krulpruik en witte bef die haar relaas ontsteld aanhoorden. Natuurlijk, in de buitenwereld tierde de misdaad welig: beurzensnijders op de kermis in de Hout, gauwdieven op de Botermarkt — maar niet in een hofje, waar de oude besjes juist in alle rust hun laatste dagen moesten kunnen slijten. Arent van Beusekom, de anders zo ongenaakbare voorzitter van het college had medelijden met het vrouwtje en de verontwaardiging klonk door in zijn stem: ‘Heeft u enige vermoeden wie dit op zijn geweten kan hebben?’ Nerveus draaide Petronella op haar stoel. Ja, dat had ze wel, maar ze aarzelde. ‘Ik kan het mis hebben.’ — ‘Daar zijn we snel genoeg achter’, verzekerde penningmeester Simon van Styrum haar en er viel een dreigende stilte. ‘Regina Kouwenhoven, onze binnenmoeder’, fluisterde de weduwe bijna onhoorbaar. ‘Ik betrapte haar toen ze door m’n raam naar binnen stond te gluren.’ Onmiddellijk stoof Nicolaas, de zoon van Arent, met wapperend gewaad de regentenkamer uit om de verdachte te halen... maar die stond al te wachten op de gang. ‘Ben ik aan de beurt?’ In een zwart jakje stapte Regina de kamer binnen en even was de spanning te snijden. Petronella schoot omhoog met het schaamrood op haar wangen alsof zij zelf zojuist was gesnapt, en haastte zich naar buiten. Weinig welwillend monsterde Arent de binnenmoeder die met een zucht van medeleven naar de dichtgevallen deur knikte: ‘Tragisch geval, maar dat had u vast al opgemerkt’. De regenten staarden haar aan. ‘U bedoelt?’ Regina ging zitten en tikte veelbetekenend met een wijsvinger tegen haar voorhoofd. ‘Volkomen de kluts kwijt, die Petronella, en de laatste weken wordt het alleen maar erger. Een waterkan bij de pomp, lakens die liggen te bleken op het gras, alles vergeet ze. Gisteren nog een theelepel tussen de aardappelschillen!’ — ‘Vreemd’, bromde Simon, ‘daar beschuldigde zij u juist van’. — ‘Niet alleen mij, maar ook Trijntje Slotemaker en de gezusters Overbeek. Iedereen krijgt de schuld.’ — ‘Maar u stond bij weduwe Piek naar binnen te gluren!’ — ‘Om te zien of ze het vuur wel had gedoofd, want dat laat ze iedere avond branden!’ Onbewust wierp Arent een blik naar de open haard, waar enkele turfblokken lagen te smeulen. ‘Daar heeft ze ons niets van verteld.’ Regina plukte opgelaten aan haar jakje en koos haar woorden zorgvuldig: ‘Je kunt het haar natuurlijk niet kwalijk nemen, maar als er niets verandert, dan gebeuren er ongelukken.’ — ‘Dus wat stelt u voor?’ De binnenmoeder kuchte zenuwachtig: ‘Het is echt vreselijk en ik zou het nooit iemand toewensen...’ — ‘Uw voorstel?’ Arent tikte ongeduldig met zijn vingers op het tafelblad en even bleef het stil. — ‘Moet Petronella Piek niet... naar het dolhuis?’ Met een ruk schoof de penningmeester zijn stoel achteruit: ‘Alsjeblieft zeg, laten we niet te hard van stapel lopen! Die arme stakker is misschien van slag, maar echt niet krankzinnig.’ Simon had het nog niet gezegd of de gangdeur zwaaide open en met een woeste blik vloog Petronella naar binnen: ‘Waar is ’t ie?!’ Geschrokken sprong het voltallige college overeind. ‘Wie?! Wat?!’ — ‘M’n omslagdoek. Wie heeft ‘m gepikt?!’ Met twee gebalde vuisten in haar zij stond de weduwe voor de tafel en keek de regenten priemend aan. ‘Hij was roodgeblokt en hing hier in de gang!’ — ‘Wat moeten wij nou met een omslagdoek?’ Simon probeerde Petronella te kalmeren, maar die was voor geen rede vatbaar. ‘Ik ga niet weg voor ik hem terug heb!’ Na een steels gebaar van zijn vader pakte Nicolaas het razende vrouwtje stevig beet en leidde haar onder luid protest naar buiten: ‘Schamen jullie je niet?!’ Toen haar kreten waren verstomd, schudde Arent berustend zijn hoofd: ‘Ik vrees dat u gelijk heeft. Hier kunnen we de andere bewoonsters niet aan blootstellen. Hopelijk is er plaats in het dolhuis.’ Regina knikte en schuifelde aangeslagen weg, maar vanonder haar jakje piepte de punt van een roodgeblokte omslagdoek.


Meer teksten

Kids of Courage

Eine herausragende, engagierte Serie

Jury

(Kinder-Medien-Preis 2019 Der Weisse Elefant)

Andere teksten

© Maarten van der Duin | wildwords, 2011-2021